Gerard Kemkers: van Benjamin tot vaderfiguur

Het afscheid van Hein Vergeer en het bedanken van Leo Visser heeft het gezicht van de vaderlandse kernploeg danig veranderd. Alle schijnwerpers zijn nu gericht op Gerard Kemkers, zonder enige twijfel de nieuwe kopman van de vaderlandse schaatstop. Met zijn 21 jaar is hij plotseling ook de ‘veteraan’ van de ploeg. Reden genoeg uitvoerig met Neerlands Hoop te praten over diens nieuwe rol, het voorbije seizoen, de perikelen rond de alternatieve kernploeg, der derde kans op het VWO-diploma en de verwachtingen voor het komende seizoen. Maar ook over het uitblijven van de Olympische kater.

Het seizoen 1987-1988 was voor Gerard Kemkers een seizoen van schrille tegenstellingen. Een derde plaats op het EK in Den Haag en een bronzen plak op de 5 kilometer in Calgary werden afgewisseld met twee valpartijen op de 10.000 meter in Calgary en op het WK in Medeo. Hoe kijkt hij terug op dat merkwaardige seizoen met successen en teleurstellingen? Kemkers: “Afgezien van die valpartijen heb ik een prima seizoen gedraaid. Ik heb al mijn persoonlijke records scherper gesteld. Mijn derde plaats op het EK achter Gustafson en Visser was voor mij de hoogst haalbare positie. Tijdens dat toernooi heb ik alles gegeven wat ik had en uiteindelijk bleken zij gewoon sterker. Daar heb ik me dan maar bij neer te leggen.”

Magnifieke belevenis

“Het absolute hoogtepunt van het voorbije schaatsseizoen waren voor mij zonder enige twijfel de Olympische Spelen. Het hele gebeuren rondom de Spelen heeft een enorme indruk op mij gemaakt. De voorbereiding, de Spelen op zich, maar vooral het leven in een stad, die in een Olympische roes verkeert,” aldus Kemkers. “Dat heerlijke gevoel begon eigenlijk al een kleine twee, drie weken voor de Spelen. Op dat moment begin je er echt naar toe te leven. De hele training komt dan in het teken te staan van de wedstrijden in Calgary. Ik ben steeds individueler gaan trainen, in overleg en in samenspraak met Henk (Gemser). Je bent veel meer met jezelf bezig, stelt schemaatjes op, blikt vooruit etc.. Dat proces, waarin ik heel intensief met mezelf bezig ben geweest, heeft zo’n vijf weken geduurd. Dat was een fantastische, ik zou haast zeggen, verrukkelijke belevenis. Om dat mee te mogen maken als sporter is echt uniek. Een heerlijk, bijna onoverwinnelijk gevoel geeft dat.”

Wat zijn eigen prestaties betreft heeft de Olympische medaille letterlijk twee kanten. Enerzijds is er dikke tevredenheid over de bronzen vijf kilometer. Anderzijds is daar de valpartij op de 10.000 meter, die alle aanwezige kansen op een, misschien wel gouden, plak tot een minimum terugbracht. “Vallen is natuurlijk nooit leuk,” blikt Kemkers terug, “helemaal niet als je het niet gewend bent. Ik heb nou niet bepaald het imago dat ik regelmatig op mijn kont ga zitten. En dan zul je altijd zien, dat het juist op zo’n moment, bij zo’n belangrijke wedstrijd wel gebeurt. Die overstapbeweging maak ik op de training wel een miljoen keer en juist daar gaat het fout. Een duidelijke verklaring heb ik er ook nu nog niet voor.”

“Het enige dat me echt helder voor de geest staat is, dat ik tegen alle afspraken in, veel te hard van start ben gegaan. Bij het passeren van de finishlijn zag ik weer een rondetijd van 32.6. De afspraak daarentegen was dat ik rondjes 33.0 zou rijden en dan is 32.6 gewoon te snel. Een 10 kilometer moet ik opbouwen; ik kan beter iets langzamer van start gaan en in het middenstuk versnellen, dan als een raket vertrekken en op het einde volledig kapotgaan. Het ging in Calgary zo makkelijk en zo lekker, dat ik als vanzelf zo hard schaatste. Waarschijnlijk ben ik dan ook geschrokken van die snelle rondetijd, zodat ik bewust heel even heb ingehouden. Eén klein moment van concentratieverslapping, ook al is dat maar een fractie van een seconde geweest, is me fataal geworden. Weg kansen op een plak.”

Olympische kater

Enkele maanden later kijkt Kemkers met gemengde gevoelens terug op die valpartij. Vooral in de uren direct na die race is hij zeer intensief met het incident bezig geweest. Kemkers daarover: “Na mijn rit ben ik eerst een uurtje alleen naar buiten gegaan, weg van de ijsbaan. Vervolgens ben ik teruggekeerd naar het middenterrein, waar ik wat heb uitgereden en een babbeltje heb gemaakt met Henk. In die uren heb ik mezelf allerlei mooie dingen voorgenomen voor de komende seizoenen. De teleurstelling was op dat moment voor een heel groot gedeelte al verwerkt.”

Onvoorstelbaar flauw

De ontvangst van Kemkers in Nederland bleef beperkt tot een feestelijk huldiging door 5.000 dorpsgenoten, die hem verwelkomden op het vliegveld van Eelde. Veel tijd was er ook niet, omdat twee dagen later de reis naar Alma Ata was gepland, het WK op Medeo. Dat leverde een nieuwe teleurstelling op. Kemkers, berustend: “Daar ben ik na mijn val op de 5 kilometer helemaal afgeknapt. Ondanks mijn persoonlijke records op de 500 en 1.500 meter. Ik voelde me zo onvoorstelbaar flauw, ongelooflijk. Om af te reageren ben ik in mijn uppie de bergen ingegaan en heb daar vijf uur lang heerlijk in de zon gezeten, totdat ze me kwamen halen. Voor mij was het boek van het seizoen 1987-1988 echt dichtgeslagen. Het was over en uit.”

Wat was de oorzaak van de val op Medeo? Kemkers: “Ook in dit geval moet ik het antwoord schuldig blijven. Er zijn talloze mensen, die me hebben verteld dat ik tegen een blokje ben aangereden, waarna ik onderuit ging. Dat zou heel goed kunnen, want ik herinner me nog wel dat er geen blokjesleggers waren op zaterdag. Dat werk werd gedaan door jongens, die aan het inrijden waren. Meer kan ik er echt niet over zeggen.”

Militaire dienst

In de aanloop naar het nieuwe seizoen hebben beide valpartijen volgens Kemkers geen enkele rol gespeeld “Hoogstens in enkele gesprekken zijn we er nog op teruggekomen.” Desondanks kon Kemkers maar moeizaam op gang komen. Vooral het vervullen van zijn militaire dienstplicht is hem zeer zwaar gevallen. “Vooropgesteld dat ik vanuit mijn legerplaats in Zuid-Laren alle mogelijke medewerking kreeg, was de situatie voor mij onwerkbaar,” vat Kemkers deze periode samen. “Na vijf maanden was het gelukkig voorbij. Daarnaast heb ik ontzettend veel moeite gehad met de motivatie. Dat had ik me wel iets anders voorgesteld. Op het middenterrein in Calgary had ik voor mezelf besloten vanaf april/mei keihard en serieus te gaan trainen. In een seizoen dat voor iedereen toch grotendeels een seizoen van uitpieren is. Juist dan wilde ik laten zien niet gedemotiveerd te zijn en een eerste aanzet geven in de richting van Albertville 1992. Goede voornemens waar niks van terecht is gekomen. Ik heb veel gedaan waar ik zin in had, zonder een huizenhoog schuldgevoel te krijgen als ik een of twee trainingen oversloeg. Dat was vroeger wel anders. De gedachte van ‘we zien wel waar het schip strandt’ groeide steeds meer. Toen ik vervolgens te horen kreeg, dat ik niet meer naar de kazerne terug hoefde, is dat gevoel vrijwel direct verdwenen.”

Privé-les

Belangrijk punt daarbij was het aanbod dat Kemkers van het Luzac-college had gekregen. In zijn tijd mocht hij proberen het VWO-diploma te halen. In overleg met coach Ab Krook is een schema opgesteld, waarin de ideale tijdstippen voor studie zijn aangegeven. Het Luzac-college heeft vervolgens leraren vrij geroosterd op de momenten die door het duo Krook-Kemkers zijn bepaald. “Mijn hele studieprogramma is perfect geregeld,” zegt Kemkers tevreden. “Ons trainingskamp bestaat uit een Haarlem- en een Heerenveenweek en daar past het studieprogramma precies in. Eigenlijk komt het erop neer dat ik privé-les heb. Het is nu aan mij om de zaak succesvol af te ronden. Na twee mislukte pogingen mag dat ook wel een keer.”

“Tot nu toe ben ik content met de wijze waarop alles gaat. Het is nog afwachten wat er gebeurt, wanneer ik een keer 6.47 rijd op de vijf kilometer, want dan komt het wereldrecord wel erg dichtbij. Schaatsen is zo ontzettend gaaf om te doen, dat de neiging om er tijdens de training nog een schepje bovenop te doen, wel erg groot wordt. Voorlopig is het nog zo dat er eerder een training dan een les uitvalt.”

Verandering van spijs

Aan het einde van vorig seizoen werd afscheid genomen van Henk Gemser. Onder diens leiding schaatste Kemkers de afgelopen tweeeneenhalf jaar naar de wereldtop. Denkt hij met weemoed terug aan die periode? Kemkers: “Nee, verandering van spijs doet eten, hoewel ik nooit het gevoel heb gehad dat Henk en ik al op elkaar waren uitgekeken. Doorgaan was misschien wel goed geweest, maar met de nieuwe ploeg marcheert het nu ook prima. De onzekerheid bij de aanstelling Van Krook en Geijsel-klikt het wel, klikt het niet- was snel verdwenen na de eerste gesprekken.”

Kemkers en Visser, die toen nog deel uitmaakten van de kernploeg, hebben zelfs bij de BCK de namen van Krook en Geijsel genoemd. Krook lag min of meer voor de hand, maar waarom hebben jullie de naam Geijsel genoemd? “Vooral diens wetenschappelijke aanpak van de training intrigeerde ons enorm,” motiveert Kemkers hun keuze. “In het begin was het ontzettend wennen aan de wezenlijk andere trainingsaanpak van Geijsel,” vervolgt Kemkers. “Ik keek er nogal raar tegenaan dat we helemaal niets aan kracht- en looptraining deden, maar gaandeweg is er van beide kanten water bij de wijn gedaan. Momenteel fiets ik bijvoorbeeld aanmerkelijk meer dan dat ik vorig jaar liep. Het is anders dan voorheen, maar daarom niet minder prettig.”

 

Van benjamin tot vaderfiguur

De start van dit seizoen heeft een hoop onzekerheid gebracht. Niet alleen heeft het duo Krook-Geijsel de plaats ingenomen van Gemser -Kloosterboer, stopte Hein Vergeer, ook Leo Visser maakte kenbaar geen deel meer uit te willen maken van de kernploeg. Er is dus sprake van een geheel nieuwe situatie. “Inderdaad,” beaamt Kemkers, “met deze ploeg moeten we weer iets zien op te bouwen. Tweeeneenhalf jaar geleden kwamen Leo en ik in een ingespeeld team terecht. Qua sfeer en prestaties was er al heel wat opgebouwd. Het verschil met de huidige ploeg is wat dat betreft hemelsbreed. Na een kleine gewenningsperiode is het nu net zo gezellig. Alleen de prestaties nog, maar dat is een kwestie van tijd.”

Het vertrek van genoemd viertal heeft de positie van Kemkers binnen de ploeg ook danig veranderd. De aandacht richt zich nu (nog) volledig op zijn persoontje. Bovendien is hij van jongste tot oudste van de ploeg geworden Van benjamin tot vaderfiguur. Valt hem dat niet zwaar? “Absoluut niet. Het is ook niet meer dan logisch. Ik voel vanuit mezelf ook de dwang opkomen het voortouw te nemen. Je kunt van die jonge jongens ook niet verwachten dat ze met de vuist op tafel slaan.” Enige punt van kritiek dat Kemkers in dit geval heeft, is dat de KNSB de zaken in augustus zowel organisatorisch als financieel moet regelen. “Als we midden in de voorbereiding van het seizoen zitten,” aldus Kemkers, “moet ik alleen maar aan schaatsen en studie kunnen denken. Dergelijke randzaken moeten die voorbereiding niet verstoren.”

Alternatieve kernploeg

De ontwikkelingen op het gebied van sponsoring en commercie gaan ook aan de schaatssport niet ongemerkt voorbij. De presentatie van de alternatieve kernploeg met Van Gennip en Visser kwam voor Kemkers als een donderslag bij heldere hemel. “Ik wist er inderdaad helemaal niets vanaf,” bevestigt Kemkers, “en in eerste instantie baalde ik er ook goed van. Die ploeg leek enorme mogelijkheden te bieden en daar zag ik ook wel brood in. Achteraf gezien ben ik er natuurlijk niet rouwig om, want ik heb het bij de KNSB prima naar mijn zin. Desondanks blijft het jammer dat de opzet van die ploeg is mislukt, want het had een financieel gunstig klimaat kunnen scheppen voor schaatsen als professionele topsport in Nederland. Hopelijk trekt de KNSB wel lering uit deze poging en valt de bond niet terug in de oude situatie.”

Vraagteken

Vorig seizoen waren de doelstellingen voor iedereen kraakhelder. Calgary was the place to do it. Wat staat er dit jaar centraal en wat kan schaatsminnend Nederland van Gerard Kemkers verwachten? “Het behalen van mijn VWO-diploma staat absoluut voorop. Welke consequenties die keuze heeft voor mijn sportieve prestaties is voorlopig nog koffiedik kijken. Daar is voor mij een heel groot vraagteken met een hele dikke punt eronder. Niemand kan mij zeggen wat de gevolgen zijn van de verminderde trainingsintensiteit. Dit seizoen neem ik, in vergelijking met de voorgaande twee jaren, iets gas terug. Vanuit die positie proberen we dan vanaf volgend jaar weer een stijgende lijn in de prestaties neer te zetten richting Albertville. Daar heb ik alle vertrouwen in. Als de prestaties komen, zal ik er zeker zijn in 1992. Ik heb het Olympisch vuur gevoeld en dat smaakt naar meer.”

(Dit interview verscheen onder de titel ‘Behalen VWO-diploma dit seizoen centraal’ in de 24e jaargang SCHAATS+kroniek, nummer 3, 29 november 1988)

Be the first to comment on "Gerard Kemkers: van Benjamin tot vaderfiguur"

Geef een reactie